9. Floran Janssen en de waterduivel

– Daar herinner ik mij weer, sprak hij, dat gij daar straks gezegd hebt, dat gij iets weet om mij te doen schrikken. Ik moet u zeggen… – Denk er niet meer aan, jongeling. – Integendeel! Ik verzoek, ik eisch zelfs, dat gij het mij zegt! Indien de zaak zoo vreeselijk is, dat zij mij… Lees verder 9. Floran Janssen en de waterduivel

10. Floran Janssen droogt de bruut af.

– Ja, knaap, het is duidelijk genoeg, riep hij met grove stem, en ik, Balt, neem den kamp met u aan. Ge ziet er een beetje sterker uit dan die lummel van een Raffel, die zich als een lam zou laten kelen! Ik zal u eerst met het plat van mijn degen op de billen… Lees verder 10. Floran Janssen droogt de bruut af.